Cees en Lies Akerboom uit Vlijmen
Tekst en fotografie: Monique van den Brink
“We komen heel graag naar Nationaal Monument Kamp Vught, ook door het jaar heen, maar vandaag speciaal,” vertelt Cees.
Zijn vrouw Lies vult aan: “Ik kom uit Elst, vanaf mijn vijfde jaar. Jantje, de jongste jongen die hier is doodgeschoten op de dag dat hij achttien werd, kwam ook uit Elst. Hij was betrokken bij de verspreiding van illegale krantjes. De Duitsers hebben hem een keer gezien. Ze zijn toen in een greppel gaan liggen met de fietsen. Toen het donker was, zijn ze weggegaan, maar ze hadden de verkeerde fiets meegenomen. In die tijd hadden fietsen een plaatje achterop. Zo hebben ze hem gevonden en naar Vught gebracht.”
Cees vertelt dat ze ook graag naar de fusilladeplaats gaan, omdat zijn naam daar is gebeeldhouwd. “We hebben nu ook voor het eerst het bordje met zijn foto. Dat hebben we aan kunnen vragen. De bloemen leggen we bij de asputten.”
Rianne en Sienna
“De interesse en de bewustwording van wat er in de wereld speelt. Daar willen we bij stilstaan. Daarom zijn we vandaag naar de herdenking gekomen.”
Teun Molthoff
“Mijn vader, Peter Molthoff, heeft hier als negentienjarige jongen gezeten. Hij is vorig jaar overleden. Dat komt nu ineens heftig binnen.”
Zijn vader werd 102 jaar oud. “Daarom zijn we hier vandaag. Om het toch weer even te herdenken.”
Anita, Kian en Lucca
Kian vertelt: “Ik ben hier met mijn oma omdat ik het interessant vind wat er vroeger allemaal is gebeurd. Ik vind het belangrijk om dat niet te vergeten en te blijven herdenken. Ook wil ik nieuwe kennis opdoen over wat hier gebeurd is. Met de familie van oma vind ik het ook interessant om alles te weten.”
Lucca vult aan: “Ik ben hier twee jaar geleden ook geweest. Voor mij voelt het ook een beetje als een principe dat ik hiernaartoe moet gaan. Ik wil meer weten over onze familie, vooral over oma’s familie, en dat later weer doorgeven aan mijn kinderen.”
Hun oma Anita vertelt: “Mijn vader was half Joods, dus ik heb van mijn vaders kant eigenlijk maar weinig familie gekend. Ik had een tante waar acht onderduikers zaten, onder wie een baby van Joodse afkomst die daar is opgegroeid tot haar vijftiende.”
“In Nationaal Monument Kamp Vught heb ik brieven gevonden van een neef van mijn vader. Hij was getrouwd met Anny Granaat, die hier gevangen heeft gezeten. Zij heeft bijna driehonderd brieven achtergelaten. In 2003 hebben wij die brieven hierheen gebracht. Sindsdien kom ik hier nog steeds.”
Joris
“Ik vind dat je best één keer per jaar respect kunt tonen aan de overledenen uit het kamp. Ik ben ook benieuwd hoe ze de herdenking hier dit jaar vormgeven.”
Vader, zoon en kleinzoon Waszink
“Mijn vader heeft hier in de oorlog als arts gewerkt. Via hem heb ik verhalen gehoord over Kamp Vught. Dat is mede de reden dat we hier vandaag zijn voor de dodenherdenking.”
“Mijn zoon is zeven jaar oud en heeft wat voor- en nazorg nodig, maar we vinden het belangrijk om hier met drie generaties aanwezig te zijn. Zodat het niet vergeten wordt.”
Corrie Arends-Van Santen en Bert Arends
“Mijn vader is hier in februari 1943 overleden. Daar werd thuis nooit over gepraat. De verwachting was altijd dat hij nog terug zou komen. Ik ben dus opgegroeid zonder vader.”
Pas tijdens vijftig jaar bevrijding veranderde er iets. “Er waren toen veel programma’s over de oorlog en ook over Kamp Vught. Wij hadden vlakbij gewoond, maar ik wilde nooit naar Vught. Die naam voelde voor mij bijna besmettelijk.”
“Toen ben ik ingestort omdat ik het niet meer kon verwerken. Een collega zei: ‘Wordt het niet eens tijd om te stoppen met herdenken?’ Op advies van een psycholoog ben ik uiteindelijk toch naar Vught gegaan.”
Dat bezoek maakte diepe indruk. “Ik zag mijn vaders naam staan in een boek. Ik zag het crematorium. Dat was vreselijk emotioneel en indrukwekkend. Dat is het eigenlijk nog steeds, ieder jaar.”
Ook haar moeder kwam één keer mee. “Zij was toen negentig jaar oud, maar kon het eigenlijk niet verwerken. Ze herinnerde zich natuurlijk dat haar man hierheen was gebracht.”
“We komen nog ieder jaar. Dit mag nooit meer gebeuren. Zo zinloos. En nu gebeurt het weer op zoveel plekken in de wereld. Je zou iedereen hierheen willen sturen om te laten horen hoe verschrikkelijk het geweest is.”
Haar man Bert vult aan: “Het verhaal van de leraar geschiedenis maakte indruk. Zijn opa Piet overleed bijna op dezelfde dag als jouw vader. Dan komt het ineens dichtbij.”
“Toch geeft deze plek mij ook moed,” zegt hij. “Als ik zie wat hier nu gebeurt. En wat er vandaag ook werd gezegd: kleine mensjes in kleine dorpjes die kleine dingen doen.”
Nel Toemen
“Ik vind herdenken heel belangrijk. In plaats van ieder jaar thuis voor de televisie te zitten en passief mee te kijken, heb ik er dit jaar voor gekozen om naar Vught te komen.”
Djé-Rimo Holle
“Zelfs in moeilijke tijden blijven mensen zoeken naar lichtpuntjes. Ook op een plek als deze maakten mensen muziek, theater en gedichten. Er is altijd hoop, zelfs op een plek als deze.”