Evert is voor de oorlog zes jaar lang marechaussee. Tijdens de oorlog wordt Evert politieagent in Amstelveen, daar woont hij dan ook met zijn vrouw en dochtertje. In 1943 wordt Evert bij zijn commandant geroepen, hij moet beloven nooit meer als Jehova’s Getuige langs de deuren te gaan om zijn geloof te verkondigen. Dan loopt Evert naar buiten en verdwijnt hij, ook zijn vrouw heeft nooit meer iets van hem gehoord. Evert wordt later als Jehova’s Getuige gearresteerd en gevangengezet in Scheveningen. Na een half jaar in Scheveningen gevangen te hebben gezeten wordt Evert naar Kamp Vught gebracht, daar overlijdt hij verzwakt en uitgeput op 15 februari 1943.
Bronnen:
- Sterbebuch 1943
- Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap